ECLI:NL:CRVB:2006:AW3066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding bij WW-uitkering
Appellant had een WW-uitkering toegekend gekregen voor de periode van 18 maart 1985 tot 15 september 1986. Hij stelde later een verschil vast tussen de uitkering en de uitbetaling en maakte telefonisch en schriftelijk vragen. Appellant stelde dat hij op 30 augustus 1999 een bezwaarschrift had ingediend, maar dit kon hij niet voldoende aantonen.
Het Uwv verklaarde het bezwaar van 16 december 2004 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en omdat het eerdere bezwaarschrift niet was ontvangen. De rechtbank Middelburg oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij eerder bezwaar had gemaakt en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond dat appellant niet had bewezen dat het bezwaarschrift van 30 augustus 1999 was verzonden. Ook zou een inhoudelijke behandeling niet mogelijk zijn vanwege het tijdsverloop volgens artikel 6:12 lid 3 Awb Pro. De Raad wees een verzoek om vergoeding van proceskosten af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het WW-besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn en onvoldoende aannemelijkheid van tijdige indiening.