ECLI:NL:CRVB:2006:AW7736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verblijf in het buitenland zonder melding leidt niet tot afwijzing recht op bijstand
Appellante heeft een bijstandsuitkering aangevraagd, maar haar aanvraag werd afgewezen omdat zij niet vooraf had gemeld dat zij van 17 november tot 15 december 2004 in Marokko verbleef. De Sociale Dienst Amsterdam had tijdens huisbezoeken haar woonadres onderzocht en vernomen dat zij wegens ziekte van haar moeder was vertrokken.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat het niet vooraf melden van het verblijf weliswaar een schending van de inlichtingenplicht is, maar dat dit niet betekent dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
De Raad benadrukte dat appellante zich na terugkeer uit eigen beweging meldde en dat het College had moeten overleggen met haar advocaat over het uitstel van het verhoor. Daarom vernietigde de Raad het eerdere besluit en bepaalde dat het College een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College tot betaling van de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Vergoeding van wettelijke rente werd niet toegewezen vanwege de noodzaak van nadere besluitvorming.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het College opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.