ECLI:NL:CRVB:2006:AW9974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- H.J. de Mooij
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding kosten plaatsing discusprothese als niet-gangbare behandeling
Appellant heeft na eerdere rugoperaties aan het bestuur gevraagd om vergoeding van de kosten voor het plaatsen van een discusprothese in de Alpha Klinik te München. Het bestuur wees dit verzoek af omdat deze behandeling niet als gangbaar werd beschouwd. De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat de behandeling in de internationale wetenschap nog onvoldoende was beproefd en erkend.
In hoger beroep betoogde appellant dat het plaatsen van een discusprothese wel gangbaar was. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie en concludeerde dat ook in de relevante periode (augustus tot december 2003) deze behandeling niet als gangbaar kon worden aangemerkt. De door appellant overgelegde publicaties en voorbeelden van vergoeding in Nederlandse ziekenhuizen overtuigden de Raad niet.
De Raad stelde vast dat het bestuur binnen zijn beoordelingsvrijheid bleef en dat de hardheidsclausule niet van toepassing was omdat de operatie niet medisch strikt noodzakelijk was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het besluit onredelijk maakten. De Raad bevestigde daarom het bestreden vonnis en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van vergoeding van de kosten voor het plaatsen van een discusprothese omdat deze behandeling niet als gangbaar wordt aangemerkt.