ECLI:NL:CRVB:2006:AX7361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten plaatsen discusprothese wegens niet-gebruikelijke behandeling
Appellante verzocht vergoeding van de kosten voor het plaatsen van een discusprothese, welke door het Ziekenfonds werd afgewezen omdat deze behandeling niet als gebruikelijk in de zin van de Ziekenfondswet werd beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante stelde dat zij ten onrechte niet was gehoord in de bezwaarfase.
De Raad oordeelde dat het Ziekenfonds ten onrechte had afgezien van het horen van appellante, waardoor het besluit en de uitspraak van de rechtbank voor vernietiging in aanmerking kwamen. Desondanks werd geoordeeld dat het plaatsen van een discusprothese in de betreffende periode (juni 2002 tot 30 juli 2003) niet als gebruikelijke behandeling kon worden aangemerkt, mede gelet op eerdere uitspraken van de Raad en het arrest van het HvJ van 12 juli 2001.
De Raad stelde vast dat de medische gegevens en adviezen van het College voor Zorgverzekeringen dit oordeel ondersteunen en dat de door appellante overgelegde publicaties onvoldoende overtuigend waren. Ook het feit dat soortgelijke experimentele behandelingen elders werden vergoed, deed hieraan niet af. De Raad veroordeelde het Ziekenfonds in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.