ECLI:NL:CRVB:2006:AX3061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt maatregel wegens niet nakomen sollicitatieplicht WW-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg die een maatregel op een WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten had teruggedraaid. Betrokkene had in de periode van 17 november tot en met 14 december 2003 slechts één sollicitatie verricht, bij een uitzendbureau dat hem niet wilde inschrijven vanwege zijn leeftijd en het gebrek aan werk.
De rechtbank oordeelde dat appellant tekort was geschoten in zorgvuldige besluitvorming door onvoldoende rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene en het ontbreken van concrete arbeidsmarktgegevens. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat de algemene vooronderstelling geldt dat voldoende sollicitatieactiviteiten de kans op werk vergroten, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aannemelijk worden gemaakt.
De Raad vindt dat appellant niet verplicht was nader onderzoek te doen naar vacatures en dat betrokkene onvoldoende heeft aangetoond dat de sollicitatieplicht niet op hem van toepassing was. De door betrokkene aangevoerde omstandigheden zijn niet uitzonderlijk en hij had open sollicitaties kunnen verrichten. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding en bevestigt dat de maatregel van 20% korting op de WW-uitkering terecht is opgelegd wegens het niet nakomen van de sollicitatieplicht.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de maatregel op de WW-uitkering blijft gehandhaafd.