ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- B.J. van de Griend
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loondoorbetalingskorting bij ziekte en objectiviteit buitensporigheidsvereiste
Betrokkene, werkzaam als docent aan de Nederlandse Defensie Academie, meldde zich ziek met burn-outklachten en kreeg na een jaar een loondoorbetalingskorting van 30%. Hij voerde aan dat zijn ziekte door de dienst was veroorzaakt en dat onvoldoende re-integratie-inspanningen waren geleverd. De minister wees het bezwaar ongegrond en stelde dat een bindend advies van het Bedrijf Bijzondere Medische Beoordelingen ontbrak.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten wegens ondeugdelijke motivering en onvoldoende heroverweging van het standpunt dat de ziekte door de dienst was veroorzaakt, maar handhaafde de rechtsgevolgen voor zover de ziekte niet objectief buitensporig was. De Raad overwoog dat de minister terecht niet hoefde te wachten op het functiegeschiktheidsonderzoek dat geen verband met werkbelasting onderzocht.
Betrokkene stelde dat zijn verhoogde kwetsbaarheid als uitgangspunt moest gelden bij de beoordeling van buitensporigheid. De Raad verwierp dit, benadrukkend dat de objectieve maatstaf losstaat van subjectieve kwetsbaarheid. Ook de verlenging van de doorbetaling werd niet onredelijk geacht. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en veroordeelde de minister in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.