ECLI:NL:CRVB:2006:AX3866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens onjuiste toepassing cyclisch arbeidspatroon
Betrokkene werkte als cabin attendant bij Transavia en later als uitzendkracht. Na het einde van haar contract vroeg zij een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd op grond van het bestaan van een cyclisch arbeidspatroon, waarbij geen sprake zou zijn van seizoenarbeid.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd omdat het arbeidsurenverlies onjuist was vastgesteld en het uitzendwerk niet was meegewogen. Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en handhaafde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV ten onrechte een beoordelingsmarge van 20% hanteerde om te bepalen of sprake was van een cyclisch arbeidspatroon, terwijl volgens de Regeling een marge van circa 5% passend is. Hierdoor is het besluit in strijd met de Regeling genomen en vernietigd. De Raad bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van 4 november 2005 wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.