ECLI:NL:CRVB:2006:AX6504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering WW-uitkering wegens vermeend verwijtbaar beëindigen dienstverband vernietigd
Appellant was werkzaam als hoofd administratie bij Dura Vermeer Bouw Zeeland B.V. en zijn arbeidsovereenkomst werd op verzoek van de werkgever ontbonden door de kantonrechter. Het UWV weigerde de WW-uitkering blijvend omdat appellant volgens hen verwijtbaar had meegewerkt aan de beëindiging van het dienstverband, zonder geldige bezwaren tegen voortzetting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant geen overtuigend bewijs had geleverd van zodanige bezwaren tegen voortzetting van het dienstverband dat dit redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd. Appellant stelde in hoger beroep dat er sprake was van een onwerkbare situatie door pesterijen van de werkgever, waardoor inhoudelijk verweer zinloos was.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feiten en omstandigheden, met name de stellingen van appellant over pesterijen en de verstoorde arbeidsverhouding. Het UWV had vooral de kantonrechtersstukken en summiere antwoorden van de werkgever gebruikt zonder appellant's visie goed te toetsen. Daarom werd het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak vernietigd en werd het UWV opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldig onderzoek door het UWV bij het opleggen van een maatregel die verstrekkende gevolgen heeft voor de WW-uitkering.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet opnieuw op bezwaar beslissen.