ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Ch. van Voorst
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WW-uitkering wegens niet aanvaarden passende arbeid
In deze zaak is appellant, het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Almelo die het besluit tot weigering van een WW-uitkering aan gedaagde vernietigde.
Gedaagde had een aanbod voor een vacature als metselaar bij firma X niet geaccepteerd omdat hij onderhandelde over een betere baan in Duitsland. Appellant stelde dat gedaagde hierdoor zijn verplichting om passende arbeid te aanvaarden had geschonden, wat rechtvaardigt dat de uitkering wordt geweigerd.
De rechtbank oordeelde echter dat niet vaststaat dat gedaagde daadwerkelijk een aanstelling bij firma X zou hebben gekregen en dat hij weliswaar had moeten solliciteren, maar dat dit niet was meegenomen in het besluit. De Raad onderschrijft dit oordeel en stelt dat de kans dat gedaagde de baan zou krijgen meer dan hypothetisch was, maar onvoldoende zeker om de weigering van de uitkering te rechtvaardigen.
De Raad benadrukt het belang van zorgvuldig feitenonderzoek, zeker gezien de verstrekkende gevolgen van een maatregel op grond van de WW. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de weigering van de WW-uitkering onterecht is en vernietigt het bestreden besluit.