ECLI:NL:CRVB:2006:AX7436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkstelling voor premies sociale werknemersverzekeringen ondanks verval invordering primaire nota's
Appellant is door het Uwv aansprakelijk gesteld voor premies sociale werknemersverzekeringen die de GmbH verschuldigd was over de jaren 1985 tot en met 1988. Appellant stelde dat invordering van de primaire nota's niet meer mogelijk was vanwege vervaltermijnen volgens artikel 13, tweede lid, van de CSV, en dat aansprakelijkstelling daarom niet kon worden gehandhaafd.
De Raad overweegt dat de aansprakelijkstelling een zelfstandige grondslag heeft en niet afhankelijk is van de invorderbaarheid van de primaire premie. Het verval van invordering betekent niet dat de premie niet langer verschuldigd is. Ook is geen sprake van onredelijke vertraging door het Uwv; het wachten op een rechterlijke uitspraak over de primaire vordering was gerechtvaardigd.
De Raad wijst het beroep van appellant af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Tevens wordt benadrukt dat artikel 13 CSV Pro niet van toepassing is op aansprakelijkstelling op grond van artikel 16c CSV, en dat het accessoire karakter van aansprakelijkstelling zoals aangevoerd door appellant niet wordt aanvaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aansprakelijkstelling van appellant voor de premies ondanks verval van invordering primaire nota's.