ECLI:NL:CRVB:2006:AX9648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt UWV-besluiten over WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige motivering
Appellante was werkzaam als typiste toen zij uitviel wegens rug- en beenklachten. Het UWV weigerde haar een WAO-uitkering toe te kennen omdat zij volgens hen geschikt was voor andere passende functies met een verdiencapaciteit van circa 91,5%.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het eerste besluit gegrond wegens onvoldoende arbeidskundige motivering, maar onderschreef de medische grondslag. Het UWV nam een nieuw besluit dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde. Appellante stelde dat haar medische beperkingen onvoldoende waren erkend en dat functies met chauffeurswerk niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV het eerdere vonnis niet correct had uitgevoerd, met name door de functie routechauffeur/bezorger apotheekproducten ten onrechte aan de schatting ten grondslag te leggen. Ook ontbrak een deugdelijke motivering voor de geschiktheid voor eigen werk. De Raad vernietigde de besluiten en beval het UWV nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en beveelt nieuwe besluiten te nemen met correcte motivering.