ECLI:NL:CRVB:2006:AY0265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Toekenning langdurigheidstoeslag na onterecht afgewezen aanvraag onder WWB
Betrokkene, geboren in 1952, ontving algemene bijstand sinds 1999 en vroeg in 2004 een langdurigheidstoeslag aan op grond van artikel 36 van Pro de WWB. De gemeente Weert wees de aanvraag af omdat betrokkene in juni 2000 geen bijstand ontving, waardoor volgens hen niet voldaan werd aan de eis van een ononderbroken periode van 60 maanden.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van de gemeente. De Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het ontbreken van bijstand gedurende enkele dagen niet leidt tot het vervallen van de aanspraak op de toeslag. Betrokkene voldeed aan de overige voorwaarden, waaronder het niet hebben van vermogen en het niet ontvangen van inkomen boven de bijstandsnorm.
De Raad herroept het primaire besluit en kent de toeslag toe met ingang van 1 januari 2004. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente tot vergoeding van wettelijke rente over de niet tijdig betaalde toeslag en tot betaling van proceskosten. De rente wordt berekend vanaf 1 augustus 2004 tot de dag van daadwerkelijke betaling.
Uitkomst: De langdurigheidstoeslag wordt toegekend vanaf 1 januari 2004 met vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.