ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Langdurigheidstoeslag toegekend na onjuiste inkomensberekening door gemeente Arnhem
Appellant ontving bijstand sinds 1974 en later een uitkering volgens de alleenstaande norm, met bijzondere bijstand (garantietoeslag) vanwege een inwonende meerderjarige zoon. De gemeente Arnhem wees aanvragen voor langdurigheidstoeslag af omdat appellant niet 60 maanden een inkomen op of beneden bijstandsniveau zou hebben gehad, mede vanwege vermeende hogere inkomsten door de zoon en terug te betalen garantietoeslag.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het onjuist was om de inkomsten van de meerderjarige zoon bij het inkomen van appellant te rekenen, en dat de garantietoeslag geen inkomen is in de zin van artikel 36 WWB Pro. Hierdoor waren de besluiten van 9 oktober 2007 en de aangevallen uitspraak onrechtmatig.
De Raad vernietigde de besluiten en bepaalde dat appellant over 2005, 2006 en 2007 recht heeft op langdurigheidstoeslag vanaf 1 januari van elk jaar volgens de alleenstaandennorm. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Raad vernietigt de afwijzende besluiten en bepaalt dat appellant recht heeft op langdurigheidstoeslag vanaf 1 januari van elk jaar 2005-2007.