ECLI:NL:CRVB:2006:AY3081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van procesbelang bij opschorting van bijstandsuitkering wegens niet-overleggen bankafschriften
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest vroeg aanvullende bankafschriften op van een rekening van een vereniging waarvan appellant medeoprichter en enig lid was. Omdat appellant deze stukken niet tijdig overhandigde, werd zijn uitkering opgeschort met een hersteltermijn.
Appellant leverde de gevraagde stukken uiteindelijk in, maar met de aantekening dat de envelop niet mocht worden geopend. Het College verklaarde het bezwaar tegen de opschorting niet-ontvankelijk omdat de uitkering inmiddels was hervat, waardoor appellant geen belang meer had bij een beoordeling van het opschortingsbesluit.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel procesbelang had en dat de rechtbank had moeten oordelen over de rechtmatigheid van het opvragen van bescheiden van derden. De Raad oordeelt dat het ontbreken van actueel belang door hervatting van de uitkering betekent dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.