ECLI:NL:CRVB:2006:AY3551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens inadequate behandeling slaapapneusyndroom
Betrokkene, met een WAO-uitkering van 80-100%, kreeg deze bij besluit van 21 november 2000 herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat betrokkene onvoldoende werd behandeld voor zijn obstructief slaapapneusyndroom (OSAS).
De Raad benoemde een onafhankelijke longarts als deskundige, die concludeerde dat betrokkene op de datum in geschil (16 januari 2001) een inadequate therapie onderging met C-PAP apparatuur die niet werd verdragen. Hierdoor kon betrokkene niet functioneren zoals vereist voor de voorgestelde functies.
De Raad volgt het oordeel van de deskundige en bevestigt de vernietiging van het bestreden besluit. Tevens veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene. De Raad wijst erop dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen, waarbij aandacht moet zijn voor eventuele schadevergoeding.
Uitkomst: De vernietiging van het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd vanwege inadequate behandeling van het slaapapneusyndroom.