ECLI:NL:CRVB:2006:AY3560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO- en Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid eigen werk
Appellante, die sinds 1996 wegens psychische klachten een WAO-uitkering ontving, werd in 2003 herbeoordeeld. Verzekeringsarts Admiraal en psychiater Van Eekeren concludeerden dat haar beperkingen niet waren toegenomen en dat zij geschikt was voor haar eigen werk en enkele geselecteerde functies. Op basis hiervan werd haar WAO-uitkering ingetrokken per 15 mei 2003 en een Ziektewet-uitkering geweigerd vanaf 24 september 2003.
Appellante voerde bezwaar en beroep aan met aanvullende medische rapporten van Instituut Psychosofia en huisarts Van Loon, waarin werd gesteld dat haar belastbaarheid onjuist was vastgesteld, mede vanwege medicijngebruik en bijwerkingen. De Raad achtte deze argumenten onvoldoende onderbouwd en vond dat het primaire medische oordeel niet onjuist was. De Raad nam het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en psychiater Van Eekeren over.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante primair geschikt was voor haar administratieve functie. De Raad vond geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Ook werd geen reden gezien om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken waarin de uitkeringen werden geweigerd en ingetrokken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering en intrekking van de WAO- en Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid van appellante voor haar eigen werk.