ECLI:NL:CRVB:2006:AY3774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens weigering medewerking reïntegratietraject
Appellante ontving sinds 1986 een bijstandsuitkering en kreeg bij besluit van 8 januari 2004 een maatregel opgelegd waarbij haar bijstand met twintig procent werd verlaagd gedurende één maand. Dit vanwege het weigeren van medewerking aan een reïntegratietraject, specifiek het niet accepteren van een leer/werkplek.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank Maastricht bevestigde dit oordeel, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de weigering van appellante om de aangeboden leer/werkplek te aanvaarden terecht werd gekwalificeerd als onvoldoende medewerking aan een voor inschakeling in arbeid noodzakelijke activiteit. Medische beperkingen werden door appellante aangevoerd, maar niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd. De Raad concludeerde dat het College de maatregel terecht had opgelegd en dat geen dringende redenen bestonden om hiervan af te zien.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van verlaging van de bijstand met twintig procent gedurende één maand wordt bevestigd wegens weigering medewerking aan reïntegratietraject.