ECLI:NL:CRVB:2006:AY3776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering wegens verrekening inkomsten uit onderneming
Appellant ontving sinds februari 2002 een bijstandsuitkering volgens de Algemene bijstandswet (Abw). Gedurende de periode van juli 2002 tot juli 2003 was appellant samen met een zakenpartner actief in een vennootschap onder firma die een fiscale winst behaalde. Het College van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft het recht op bijstand over de periode van januari tot juli 2003 herzien, waarbij de nettowinst van appellant uit de onderneming werd verrekend met de bijstand.
Appellant voerde aan dat hij de winst niet feitelijk had genoten, omdat hij deze had gebruikt om zijn aandeel in het negatieve eigen vermogen van de vennootschap aan te zuiveren. De Raad oordeelde echter dat de nettowinst als inkomen in de zin van de Abw moet worden beschouwd, waarover appellant redelijkerwijs kon beschikken. Het feit dat appellant het bedrag gebruikte voor aanzuivering van het negatieve aandeel doet hieraan niet af.
De Raad bevestigde het besluit van het College en de eerdere uitspraak van de rechtbank Maastricht, en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De herziening was gebaseerd op de wettelijke bevoegdheid van het College onder artikel 54 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB), die vanaf 1 januari 2004 van kracht is, waarbij rechten en verplichtingen beoordeeld worden naar de wetgeving die gold in de betreffende periode.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de bijstandsuitkering waarbij de nettowinst uit de onderneming wordt verrekend met de verstrekte bijstand.