ECLI:NL:CRVB:2006:AY3870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk en hoorzitting locatie
Appellante, voormalig bloemenstekster, vroeg een WAO-uitkering aan na ziekmelding wegens rugklachten. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat zij lichte beperkingen had maar geschikt bleef voor haar eigen werk. Het UWV weigerde de uitkering. Appellante voerde bezwaar aan met aanvullende medische verklaringen en stelde dat zij niet naar de hoorzitting in Zwolle kon reizen vanwege haar klachten.
De rechtbank oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij de reis naar Zwolle niet kon maken en dat het UWV de hoorzitting niet ontoegankelijk had gemaakt. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de plaats van de hoorzitting door het UWV wordt bepaald en dat een telefonische hoorzitting als alternatief werd geboden.
Medisch gezien acht de Raad de beperkingen zoals vastgesteld door de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige juist, en acht de aanvullende medische informatie onvoldoende onderbouwd om het oordeel te wijzigen. Appellante was ondanks het ontbreken van een dienstverband geschikt voor haar eigen werk, en er waren geen bijzondere omstandigheden die dit zouden veranderen.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit terecht is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk en de hoorzitting terecht in Zwolle plaatsvond.