ECLI:NL:CRVB:2006:AY3890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Herziening maatstaf arbeid bij Ziektewetuitkering na meerdere WW-uitkeringen
Appellant was werkzaam bij twee werkgevers en ontving WW-uitkeringen uit beide dienstverbanden. Na ziekmelding en WAO-beoordeling werd een Ziektewetuitkering toegekend, maar later ingetrokken door het UWV. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de rechtbank werd afgewezen.
In hoger beroep stelt appellant dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn medische situatie en dat de maatstaf arbeid onjuist is toegepast. De Raad overweegt dat bij meerdere WW-uitkeringen de laatst verrichte arbeid voor de ziekmelding als maatstaf arbeid moet worden gehanteerd, niet alleen de WAO-functies.
De Raad vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsvereiste van artikel 7:12 Awb Pro en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen waarbij de juiste maatstaf arbeid wordt betrokken. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, maar wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste maatstaf arbeid.