ECLI:NL:CRVB:2006:AY3908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak intrekking bijstandsrecht wegens nalatenschap
Verzoekers hebben bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 16 juli 2002 waarin het recht op bijstand was ingetrokken wegens het niet melden van een nalatenschap. De Raad toetste of er sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij verzoekers ten tijde van de eerdere uitspraak.
Verzoekers overlegden een uitspraak van een rechtbank in Bitola, waarin werd vastgesteld dat de moeder haar bezittingen al tijdens haar leven had overgedragen aan haar zoon. Volgens verzoekers zou dit betekenen dat zij geen recht had op een deel van de nalatenschap, wat een nieuw licht op de zaak zou werpen.
De Raad oordeelde echter dat deze feiten en omstandigheden weliswaar nieuw waren voor de Raad, maar dat verzoekers hier redelijkerwijs wel van op de hoogte hadden kunnen zijn. De stelling dat oorlogsomstandigheden in Macedonië het starten van een procedure belemmerden, werd onvoldoende onderbouwd. Ook het argument dat verzoekster niet als partij betrokken was bij de overdracht, werd verworpen omdat zij wel als betrokkene werd aangemerkt in de uitspraak van de rechtbank.
De Raad benadrukte dat het verzoek tot herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak, maar slechts voor nieuwe feiten die niet bekend konden zijn. Het verzoek werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de eerdere uitspraak wordt afgewezen omdat de feiten redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn.