ECLI:NL:CRVB:2006:AY4097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waarin zijn AOW-pensioen werd herzien wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding. Het bezwaarschrift werd te laat ingediend, mede door onvoldoende frankering, en daarom niet-ontvankelijk verklaard door de Svb. Appellant stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de fout bij de postbeambte lag en dat hij door de ontvangstbevestiging mocht aannemen dat zijn bezwaar in behandeling werd genomen.
De rechtbank oordeelde dat appellant bewust geen reden gaf voor de termijnoverschrijding in bezwaar en dat de Svb terecht geen hoorzitting hield. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de ontvangstbevestiging geen inhoudelijke behandeling impliceert. De Raad wijst ook het beroep op het EVRM af, omdat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat de postbeambte verantwoordelijk was voor de fout en dat het niet-ontvankelijk verklaren geen excessief formalistisch karakter heeft.
De procedure van telefonisch navragen door de Svb wordt als minder zorgvuldig beschouwd, maar dit leidt niet tot vernietiging van het besluit. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.