ECLI:NL:CRVB:2014:4457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding ondanks verblijf in Zwitserland
Appellante, woonachtig in Zwitserland, maakte bezwaar tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) tot inhouding van een bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
In hoger beroep stelde appellante dat het onredelijk was haar aan de in de Algemene wet bestuursrecht opgenomen termijnen te houden vanwege haar verblijf in Zwitserland. De Raad overwoog dat het bezwaarschrift inderdaad niet tijdig was ingediend en dat de omstandigheden geen grond boden om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen.
De Raad benadrukte dat de gemachtigde van appellante onjuiste aannames had over de termijnstart, maar dat dit voor rekening van appellante kwam. Het beroep op excessief formalisme en strijd met internationaal recht werd verworpen op basis van vaste jurisprudentie. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding ondanks haar verblijf in Zwitserland.