ECLI:NL:CRVB:2006:AY4101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-toeslag wegens onverzekerde tijdvakken echtgenote in Duitsland
Appellant verzocht om terug te komen van een eerder besluit waarbij een korting van 20% werd toegepast op zijn AOW-toeslag vanwege perioden waarin zijn echtgenote niet verzekerd was voor de AOW omdat zij in Duitsland werkte.
De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard en het verzoek om herziening afgewezen. Appellant beriep zich op het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Wessels-Bergervoet, maar de Raad oordeelde dat deze zaak feitelijk anders lag.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is om een herhaalde aanvraag inhoudelijk te beoordelen, maar dat bij duuraanspraken onderscheid moet worden gemaakt tussen verleden en toekomst. Voor het verleden geldt dat alleen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden tot herziening kunnen leiden, hetgeen niet het geval was.
Voor de toekomst is het niet redelijk dat een onjuiste aanspraak blijvend kan worden toegekend. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit terecht is gehandhaafd en dat appellant zijn grieven onvoldoende had onderbouwd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op de AOW-toeslag blijft gehandhaafd.