ECLI:NL:CRVB:2011:BV0122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening AOW-pensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellanten ontvingen elk een AOW-pensioen voor ongehuwden. Na hun huwelijk in mei 2009, waarbij zij gescheiden bleven wonen, stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) hun pensioenen bij naar gehuwdenpensioen. Appellanten vroegen herziening terug naar ongehuwdenpensioen, stellende dat zij duurzaam gescheiden leefden.
De Svb wees dit verzoek af omdat uit onderzoek bleek dat appellanten niet duurzaam gescheiden leefden. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak wegens een onvolledig toetsingskader door de rechtbank.
De Raad oordeelde dat voor de periode vóór het verzoek om herziening alleen nieuwe feiten of omstandigheden tot herziening kunnen leiden, terwijl voor de periode daarna een minder terughoudende toets geldt. Uit het onderzoek bleek dat appellanten elkaar meerdere keren per week zien en samen op vakantie gaan, wat geen duurzaam gescheiden leven vormt.
Daarom verklaarde de Raad de beroepen ongegrond, bevestigde de Svb-besluiten en veroordeelde de Svb tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten tot weigering van herziening van de AOW-pensioenen worden ongegrond verklaard wegens het ontbreken van duurzaam gescheiden leven.