ECLI:NL:CRVB:2006:AY4584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep afwijzing bijstand voor levensonderhoud en bedrijfskapitaal
Appellante, een bijstandsgerechtigde, vroeg bijstand voor levensonderhoud en bedrijfskapitaal voor de start van een internationale versmarkt in Rotterdam. Het College van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af op advies van het Bureau Zelfstandigen en Scheepvaart, dat het bedrijf niet levensvatbaar achtte vanwege sterke concurrentie, onjuiste begroting en onvoldoende omzetverwachting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad stelde vast dat het ondernemingsplan was gebaseerd op vestiging in een specifieke bedrijfsruimte aan het Ambachtsplein, waarvoor een optie was vervallen en die niet langer beschikbaar was.
Omdat het beoogde resultaat van het hoger beroep — toekenning van bijstand voor dat bedrijf op die locatie — niet kan worden bereikt, ontbrak het aan voldoende procesbelang. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en kwam niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.