ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet-nakoming inlichtingenplicht en autobezit
Appellant ontving bijstand en had in 2004 en 2005 meerdere auto's op zijn naam staan zonder dit aan het College te melden. Het College trok de bijstand over diverse maanden in en schortte de uitkering per 31 januari 2006 op wegens het niet overleggen van aankoop- en verkoopnota’s. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat het autobezit en de transacties invloed hadden op het recht op bijstand en dat appellant zijn inlichtingenplicht niet was nagekomen, waardoor de intrekking over de genoemde maanden terecht was. Echter, appellant beschikte niet over de gevraagde nota’s en kon deze ook niet overleggen, waardoor de intrekking vanaf 31 januari 2006 op onjuiste gronden berustte en het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd.
De Raad vernietigde het besluit voor zover het de intrekking vanaf 31 januari 2006 betrof, handhaafde de intrekking over eerdere maanden, en veroordeelde het College in de proceskosten van appellant. Tevens werd bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde deel in stand blijven.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand over eerdere maanden blijft staan, maar de intrekking vanaf 31 januari 2006 wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.