ECLI:NL:CRVB:2006:AY5167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening aanvullende beurs op grond van onjuiste gegevens volgens Wsf 2000
De zaak betreft een hoger beroep van de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht over de herziening van de hoogte van een aanvullende beurs toegekend aan betrokkene over de jaren 2002 en 2003.
Appellante had de beurs aanvankelijk vastgesteld op basis van voorlopige inkomensgegevens van de ouders van betrokkene en deze later met terugwerkende kracht herzien op basis van definitieve gegevens, waarbij een teveel ontvangen bedrag werd verrekend of teruggevorderd. De rechtbank had geoordeeld dat herziening met terugwerkende kracht alleen toegestaan was indien betrokkene wist of redelijkerwijs kon weten dat de oorspronkelijke vaststelling onjuist was.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel en stelt dat de wetgever in artikel 7.1, tweede lid, onder c, van de Wsf 2000 uitdrukkelijk de bevoegdheid geeft tot herziening op grond van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens zonder dat het relevant is of betrokkene daarvan op de hoogte was. Dit onderscheidt zich van andere gronden voor herziening waarbij die kennis wel vereist is. De Raad acht het beleid van appellante om in geval van teveel toegekende studiefinanciering volledig te herzien niet kennelijk onredelijk. Betrokkene heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een afwijking van dit beleid rechtvaardigen. De Raad verklaart de beroepen ongegrond en vernietigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De herziening van de aanvullende beurs en terugvordering van het teveel ontvangen bedrag zijn rechtmatig en de beroepen worden ongegrond verklaard.