ECLI:NL:CRVB:2012:BW6619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening aanvullende beurs en terugvordering studiefinanciering
Appellante had in 2007 studiefinanciering aangevraagd, waaronder een aanvullende beurs, die aanvankelijk niet werd toegekend vanwege het buitenlandse inkomen van haar vader. Vanaf 2008 werd echter zonder nieuwe aanvraag de aanvullende beurs toegekend. Na controle in 2010 stelde de Minister de aanvullende beurs met terugwerkende kracht op nihil en vorderde te veel betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, stellende dat de Minister niet onrechtmatig had gehandeld en dat geen sprake was van een rechtens te honoreren toezegging die de herziening zou uitsluiten. De Raad bevestigt dit oordeel, benadrukt dat het beleid van de Minister om studiefinanciering volledig te herzien bij onjuiste gegevens niet kennelijk onredelijk is en dat in deze zaak slechts eenmaal een fout is gemaakt.
Er is geen aanleiding voor een uitzondering op het beleid en de Minister mocht tot herziening en terugvordering overgaan. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Minister de aanvullende beurs terecht heeft herzien en teruggevorderd.