ECLI:NL:CRVB:2006:AY5316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omzetting nabestaandenpensioen AWW naar ANW-uitkering na overgangsrecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de omzettingsbeschikking waarbij haar weduwenpensioen krachtens de AWW is omgezet in een ANW-nabestaandenuitkering. De omzetting vond plaats per 1 juli 1996 en werd bevestigd door de Sociale verzekeringsbank (Svb).
De Raad heeft het geschil aangehouden in afwachting van een arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over het overgangsrecht bij de intrekking van de AWW en de invoering van de ANW. Na het EHRM-arrest van 22 september 2005 in de zaak Goudswaard-van der Lans hebben partijen hun standpunten nader toegelicht.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de wetgever bevoegd is om bestaande aanspraken te wijzigen en wijst op de aanvaardbaarheid van vermindering van sociale zekerheidsuitkeringen onder omstandigheden, zoals bevestigd door het EHRM. De grieven van appellante slagen niet en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Dordrecht wordt bevestigd.
De Raad wijst tevens een vergoeding van proceskosten af en verklaart het beroep van appellante voor het overige ongegrond. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2006.
Uitkomst: De omzetting van het nabestaandenpensioen van de AWW naar de ANW-uitkering wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt afgewezen.