ECLI:NL:CRVB:2006:AY5577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellant diende op 22 juli 2004 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage. Het College stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat appellant niet uiterlijk op 15 september 2004 de gevraagde financiële gegevens had verstrekt. Appellant betoogde dat hem telefonisch een extra termijn van twee weken was toegezegd, maar dit werd door de Raad niet aannemelijk geacht.
Tijdens de zitting werd een getuige gehoord die verklaarde dat uitstel niet waarschijnlijk was, mede omdat de vermeende datum van het telefoongesprek op een zondag viel en hij in de daaropvolgende week afwezig was. Ook was geen verzoek om verlenging van de termijn gebleken. De Raad oordeelde dat het College bevoegd en redelijk had gehandeld door de aanvraag buiten behandeling te laten.
Verder merkte de Raad op dat gegevens die na het primaire besluit alsnog worden ingediend, in beginsel geen betekenis hebben voor het besluit tot buiten behandeling laten van de aanvraag. Appellant slaagde niet in zijn hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak van de voorzieningenrechter, die het beroep eveneens ongegrond had verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden uitspraak en zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot buiten behandeling laten van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd.