ECLI:NL:CRVB:2006:AY7044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening achterstallige loonbetalingen bij faillissement werkgever
De zaak betreft een hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem over de verrekening van een bedrag van €8.000 dat het UWV in mindering bracht op overgenomen loonbetalingen aan [appellant], voormalig werknemer en directeur van een failliete onderneming. [Appellant] betwistte dat sprake was van een opeisbare geldlening en stelde dat het UWV misbruik maakte van de verrekeningsmogelijkheid, waardoor hij in een nadeliger bewijspositie werd gebracht.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zich slechts kan beroepen op de rechten van de failliete werkgever en dat verrekening op grond van artikel 53 van Pro de Faillissementswet alleen aan de wederpartij van de gefailleerde toekomt, niet aan het UWV. Tevens was niet komen vast te staan dat het volledige bedrag van €8.000 opeisbaar was binnen de referentieperiode van de Werkloosheidswet.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat het UWV ten onrechte het bedrag van €8.000 heeft verrekend. Het beroep van het UWV op artikel 53 Faillissementswet Pro wordt verworpen omdat deze verrekeningsmogelijkheid niet aan het UWV toekomt. Het bestreden besluit wordt vernietigd en het recht van het UWV op een bedrag van €422 wordt bevestigd.
Uitkomst: Het UWV mocht het bedrag van €8.000 niet verrekenen met de overgenomen loonbetalingen; het bestreden besluit wordt vernietigd.