ECLI:NL:CRVB:2006:AY7513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke terugvordering onverschuldigde WAO- en WAZ-uitkeringen en proceskostenvergoeding
Appellant, een advocaat werkzaam in maatschapsverband, ontving vanaf februari 2000 een WAO- en WAZ-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Het UWV besloot de uitkeringen over de periode tot 1 januari 2001 niet uit te betalen vanwege de door appellant genoten inkomsten en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het maatmaninkomen correct had vastgesteld en geen schending van artikel 1 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) had plaatsgevonden. Wel werd de proceskostenvergoeding aan appellant als te laag beoordeeld.
In hoger beroep stelt appellant dat zijn feitelijke inkomsten geen reële afspiegeling vormen van zijn verdiencapaciteit en dat de proceskostenvergoeding onvoldoende is. De Raad volgt appellant in het standpunt over de proceskosten en verhoogt deze, maar verwerpt de overige grieven, bevestigt de terugvordering en het oordeel over het maatmaninkomen en wijst het beroep tegen het nadere terugvorderingsbesluit af.
Uitkomst: De terugvordering van onverschuldigde uitkeringen wordt bevestigd en de proceskostenvergoeding aan appellant wordt verhoogd tot €1.288.