ECLI:NL:CRVB:2006:AY8254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij opleggen arbeidsverplichtingen
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer stelde op 24 december 2003 een trajectplan vast waarin appellant medewerking moest verlenen aan een medisch onderzoek en gesprekken met een reïntegratiebureau en klantmanager. Tevens werden arbeidsverplichtingen opgelegd, rekening houdend met beperkingen uit een GGD-advies.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het College op 7 april 2004 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een procesbelang. In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel degelijk belang had bij een inhoudelijke beoordeling.
De Raad oordeelde dat appellant het medisch onderzoek had ondergaan en dat het College op basis daarvan de arbeidsverplichtingen had aangepast. Hoewel appellant niet aan alle verplichtingen had voldaan, werden geen maatregelen opgelegd. Omdat appellant geen schadevergoeding had gevorderd en geen concrete nadelige gevolgen meer ondervond, ontbrak het aan een voldoende procesbelang.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens ontbreken van een voldoende procesbelang; de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.