ECLI:NL:CRVB:2006:AY8554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens gebrek aan onpartijdigheid
Verzoeker heeft verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak en daarbij een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. A.B.J. van der Ham, de voorzitter die de zaak zou behandelen. De Raad heeft verzoeker en mr. Van der Ham uitgenodigd voor een hoorzitting, maar beiden verschenen niet.
De Raad heeft het wrakingsverzoek getoetst aan artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat stelt dat een wrakingsverzoek gebaseerd moet zijn op feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter in gevaar brengen. De Raad oordeelde dat de aangevoerde gronden niet betrekking hadden op de persoon van mr. Van der Ham, maar op de rechterlijke macht in het algemeen.
Daarom concludeerde de Raad dat er geen sprake was van een gegronde wrakingsgrond en wees het verzoek af. Tevens bepaalde de Raad dat een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde rechter in deze zaak niet in behandeling wordt genomen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 augustus 2006.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Van der Ham wordt afgewezen wegens ontbreken van gegronde wrakingsgronden.