ECLI:NL:CRVB:2006:AY8998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit boete en maatregel bij intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste inlichtingen
Appellant ontving bijstand over de periode van 9 september 1996 tot 26 oktober 2001. Na een strafrechtelijk onderzoek wegens overtreding van de Opiumwet werd vastgesteld dat appellant inkomsten uit criminele activiteiten had ontvangen zonder dit te melden aan het College. Het College herzag de bijstand en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het Collegebesluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die oordeelde dat het College onvoldoende feitelijk had onderbouwd dat appellant gedurende de gehele periode in drugs had gehandeld, enkel op basis van het strafrechtelijk vonnis dat handelen op bepaalde tijdstippen bewezen verklaarde.
De Raad vernietigde het besluit van 6 april 2005 en de aangevallen uitspraak voor zover deze dat besluit betrof. Het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het College tot oplegging van een boete en maatregel wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing.