ECLI:NL:CRVB:2006:AY9704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgplicht werkgever bij schadevergoeding na hulpverlening politieambtenaar
Appellant, werkzaam als docent vuurwapeninstructie bij de politieregio Noord-Holland Noord, verleende hulp aan slachtoffers van een brand in café ’t Hemeltje op 1 januari 2001. Na deze gebeurtenis meldde hij zich ziek met psychische klachten en werd een posttraumatische stressstoornis vastgesteld. De korpsbeheerder erkende de ziekte als beroepsziekte en verleende ontslag wegens ongeschiktheid.
Appellant vorderde vergoeding van schade en smartengeld op grond van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). De rechtbank wees het beroep af, waarbij zij oordeelde dat de korpsbeheerder niet tekort was geschoten in zijn zorgplicht. In hoger beroep stelde de Raad vast dat het beroep op smartengeld niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat het een primair besluit betrof zonder voorafgaand bezwaar, maar bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de zorgplicht niet was geschonden.
De Raad overwoog dat appellant als docent vuurwapeninstructie niet was aangesteld voor hulpverlening bij rampen en dat het redelijk was dat de korpsbeheerder hem niet had voorbereid op uitzonderlijke rampensituaties. De korpsbeheerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het beroep werd in zoverre niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen.
Uitkomst: Het beroep op smartengeld wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep op schadevergoeding wordt afgewezen; de korpsbeheerder heeft zijn zorgplicht niet geschonden.