ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing overname volledige provisie na faillissement werkgever
Appellante was werkzaam als vertegenwoordiger bij een werkgever die op 25 maart 2004 failliet werd verklaard. Zij ontving een vast salaris en een provisie van 1% over de omzet in haar rayon. Na het faillissement nam het UWV op grond van de Werkloosheidswet (WW) enkele verplichtingen van de werkgever over, waaronder een deel van de provisie.
Appellante stelde dat de volledige provisie over het jaar, minus reeds betaalde voorschotten, moest worden overgenomen omdat het recht op provisie pas na afloop van het verkoopseizoen in maart 2004 ontstond. Het UWV en de rechtbank wezen dit af, stellende dat alleen de provisie die geleidelijk werd opgebouwd in de periode van 25 december 2003 tot en met 25 maart 2004 voor overname in aanmerking komt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Uit de aard van de provisieregeling bleek dat het recht op provisie gedurende het jaar geleidelijk werd opgebouwd. Daarom kan alleen het deel van de provisie dat in de wettelijke termijn is opgebouwd worden overgenomen. Het standpunt van appellante dat de provisie moet worden toegerekend aan het moment van uitbetaling werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.