ECLI:NL:CRVB:2008:BC5480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt beslissing UWV over overname provisie na faillissement werkgever
Appellant was werkzaam als verkoper bij een werkgever die failliet ging, waarna hij ontslag kreeg. Hij verzocht het UWV om overname van provisieaanspraken over contracten die hij had afgesloten. Het UWV en de rechtbank wezen dit af omdat zij het recht op provisie lieten ontstaan op het moment van het sluiten van de contracten, ongeacht het moment van betaling.
Appellant stelde in hoger beroep dat het contract een opschortende voorwaarde bevatte waardoor het recht op provisie pas ontstond na ontvangst van de koopprijs door de werkgever. Hij betoogde dat het UWV daardoor ten onrechte provisie weigerde over te nemen die wel binnen de WW-periode betaald was.
De Raad oordeelde dat het UWV onjuist had geoordeeld en dat het recht op provisie inderdaad afhankelijk is van de ontvangst van de koopprijs. Daarom vernietigde de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen waarbij de provisie die in de WW-periode is betaald, moet worden overgenomen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het UWV moet een nieuw besluit nemen waarbij provisie die is betaald binnen de WW-periode wordt overgenomen en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.