ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Uwv over AAW-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige toetsing
Appellante, gedeeltelijk arbeidsongeschikt door een ernstige oogaandoening, verzocht in 1993 een AAW-uitkering. Het Uwv weigerde deze meerdere malen, waarbij de medische beoordeling uiteindelijk werd bevestigd, maar de arbeidskundige toetsing onvoldoende zorgvuldig bleek. De rechtbank vernietigde het besluit van het Uwv wegens gebrekkige arbeidskundige onderbouwing en oordeelde dat een specifiek per functie arbeidskundig oordeel nodig was, mede vanwege tempoverlies en benodigde hulpmiddelen.
Na een nieuw arbeidskundig rapport handhaafde het Uwv het besluit, waarop de rechtbank oordeelde dat de functies passend waren mits gebruik van hulpmiddelen en deeltaken door collega’s, en dat het tempoverlies niet onredelijk was voor werkgevers. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank zich ten onrechte beperkte tot de arbeidskundige grondslag en onvoldoende rekening hield met haar arbeidsdeskundige rapport.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, oordeelt dat het Uwv een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak, en veroordeelt het Uwv in de proceskosten. De Raad benadrukt dat functies alleen passend zijn indien appellante met hulpmiddelen en zonder onaanvaardbaar tempoverlies kan functioneren, en dat de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en per functie moet plaatsvinden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het Uwv wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.