ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering CBBS
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin haar WAO-uitkering werd herzien van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 10 september 2002. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en steunde het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts boven dat van de behandelend psychiater.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank onterecht meer waarde hechtte aan de verzekeringsarts en dat een deskundige had moeten worden ingeschakeld. De Raad schakelde twee deskundigen in, een psychiater en een neuroloog, die beiden concludeerden dat appellante geschikt was voor de geselecteerde functies met een urenbeperking van 20 uur per week.
De Raad oordeelde dat het UWV-besluit onvoldoende gemotiveerd was met betrekking tot de toepassing van het claim beoordelings- en borgingssysteem (CBBS). Daarom werd het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand omdat het besluit voor 1 juli 2005 was genomen. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het UWV-besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.