ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening recht op bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit schoonmaakwerk
Betrokkene ontving vanaf 22 augustus 1999 bijstand volgens de Wet werk en bijstand. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de gemeente Rijswijk een onderzoek naar niet-gemelde inkomsten uit schoonmaakwerk. Dit leidde tot een herzieningsbesluit waarbij de bijstand werd teruggevorderd over de periode 1999 tot 2003.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat niet aannemelijk was dat betrokkene na 20 december 2002 nog werkte en omdat de gemeente de verklaring van een getuige onvoldoende had meegewogen bij de vaststelling van de inkomsten.
In hoger beroep bevestigt de Raad deze oordelen. De Raad oordeelt dat de gegevens voldoende zijn om het recht op bijstand te herzien en dat de gemeente ten onrechte is uitgegaan van werkzaamheden na 20 december 2002. Ook is de verklaring van de getuige over de omvang van de werkzaamheden en inkomsten geloofwaardig en dient deze te worden meegewogen.
De Raad beveelt de gemeente aan een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de juiste periodes en inkomsten, en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.