ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3028
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Leeftijdsgrens bij toekenning arbeidsongeschiktheidsuitkering oorlogsletsel niet correct toegepast
Appellant, geboren in 1933, vroeg in mei 2004 een voorziening aan op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). De Commissie Algemene Oorlogsongevallen Regeling weigerde een invaliditeitsuitkering omdat appellant ouder was dan 70 jaar, met als motief dat na die leeftijd geen sprake meer is van arbeidsinkomsten die door oorlogsletsel kunnen wegvallen.
Appellant stelde dat deze leeftijdsgrens in strijd is met het verbod op leeftijdsdiscriminatie en dat niet is onderzocht of zijn arbeidsongeschiktheid niet eerder was ontstaan. De Raad oordeelde dat het hanteren van een leeftijdsgrens in beginsel niet onredelijk is, maar dat de Commissie deze grens niet als absolute grens mag toepassen zonder individueel onderzoek.
Verder moet bij personen boven 70 jaar worden nagegaan of er aanwijzingen zijn dat de arbeidsongeschiktheid al vóór die leeftijd is ingetreden, en zo ja, moet de AOR volledig worden toegepast. Dit onderzoek was in deze zaak niet verricht, terwijl uit de stukken bleek dat appellant al eerder arbeidsongeschikt was verklaard.
De Raad vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering en gebrekkig onderzoek, en bepaalde dat de Commissie een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de Commissie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Commissie wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad.