Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Daarbij geldt dat in beginsel het bezwaar binnen een half jaar en het beroep binnen twee jaar zouden moeten worden afgehandeld.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van 5 december 2011 over haar invaliditeitsuitkering. Naar aanleiding van een tussenuitspraak heeft verweerster een nieuw besluit genomen waarin appellante alsnog in aanmerking werd gebracht voor een invaliditeitsuitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2011.
De Raad oordeelde dat het oorspronkelijke besluit onjuist was omdat niet was nagegaan of de arbeidsongeschiktheid vóór het 70ste levensjaar was toegenomen, zoals vereist volgens de Algemene Oorlogsongevallenregeling. Na een medisch onderzoek werd vastgesteld dat appellante voor 20% ongeschikt was voor passende arbeid voor haar 70ste.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep was overschreden. De overschrijding werd deels toegerekend aan het bestuursorgaan en deels aan de Staat. De Raad kende daarom een schadevergoeding toe van in totaal € 1.500,-, waarvan € 500,- door de Staat en € 1.000,- door verweerster werd betaald. Daarnaast werden proceskosten en griffierecht aan appellante vergoed.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde de Staat en verweerster tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend.