ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Ontvangst en bekendmaking besluit UWV en aanvang bezwaartermijn bij WAO-uitkering
Appellant ontving het besluit van het UWV van 16 juni 2004, waarin zijn WAO-uitkering werd beëindigd, naar eigen zeggen niet. Pas na telefonisch contact op 17 september 2004 en een brief van 1 oktober 2004 ontving hij een kopie van het besluit. Hij maakte op 19 oktober 2004 bezwaar, dat door het UWV als niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond omdat appellant niet binnen de twee weken na ontvangst van de brief van 1 oktober bezwaar had gemaakt. In hoger beroep stelde appellant dat het besluit niet op juiste wijze was bekendgemaakt en dat de bezwaartermijn daardoor niet was aangevangen op 17 juni 2004.
De Raad overwoog dat verzending aan het juiste adres weliswaar aannemelijk was, maar ontvangst door appellant niet. Het risico van niet-aantoonbare ontvangst ligt bij het UWV, dat het besluit niet aangetekend had verzonden. Hierdoor was het besluit niet op juiste wijze bekendgemaakt en begon de bezwaartermijn pas op 2 oktober 2004. Het bezwaar van 19 oktober 2004 was daardoor tijdig. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 16 juni 2004 is tijdig ingediend en het bestreden besluit wordt vernietigd.