ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Verlenging loondoorbetalingsverplichting werkgever wegens onvoldoende re-integratie afgewezen
Betrokkene, werkzaam als servicemonteur, meldde zich ziek en vroeg een WAO-uitkering aan met een onvolledig re-integratieverslag. De werkgever vulde dit aan, maar een arbeidsdeskundige concludeerde dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had geleverd. Het UWV legde daarom een loonsanctie op en verlengde de loondoorbetalingsverplichting.
De werkgever maakte bezwaar tegen deze loonsanctie. Het UWV trok de sanctie later in omdat de sanctiebeschikking te laat was opgelegd, namelijk na het einde van de wettelijke wachttijd van 52 weken. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze intrekking, waarna de rechtbank Roermond het beroep van betrokkene gegrond verklaarde en de besluiten vernietigde.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV terecht de loonsanctie heeft ingetrokken omdat de sanctie niet tijdig was opgelegd, conform de beleidsregels en artikel 71a, tiende lid, van de WAO. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV gegrond. Tevens overweegt de Raad dat betrokkene bij schade door het te late besluit een verzoek tot schadevergoeding kan indienen bij het UWV.
De uitspraak benadrukt dat het UWV geen vervolgsanctie kan opleggen en dat het niet van het UWV kan worden verlangd een besluit te nemen dat in strijd is met de wet. De procedure werd deels heropend, maar het onderzoek ter zitting kwam uiteindelijk achterwege.
Uitkomst: De loonsanctie tegen de werkgever wordt ingetrokken wegens te late oplegging en de loondoorbetalingsverplichting wordt niet verlengd.