ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens gebreken in arbeidskundige onderbouwing
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, viel in maart 2001 uit wegens gewrichtsklachten. Het UWV weigerde haar een WAO-uitkering toe te kennen op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15% werd vastgesteld. De rechtbank Rotterdam vernietigde het bezwaarbesluit van het UWV omdat onvoldoende was toegelicht dat de overschrijdingen in functiebelastingen aanvaardbaar waren en enkele functies niet actueel waren.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de medische grondslag vaststaat en niet ter discussie staat, maar oordeelt dat het arbeidskundig onderzoek gebreken vertoont. De Raad stelt dat de functies die als passend werden aangemerkt, waaronder telefonist, typist en assistent consultatiebureau, vanuit medisch en arbeidskundig oogpunt geschikt zijn. Echter, vanwege actualiteit en urenomvang van functies onder Sbc-code 315120, dient een andere reservefunctie te worden betrokken.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Een verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat nog niet vaststaat hoe het nieuwe besluit zal luiden.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak worden vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.