Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 944,-;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 454,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving vanaf 1 juli 2009 een WW-uitkering. Appellant herzag de uitkering over meerdere perioden vanwege teveel genoten vakantiedagen en werkzaamheden, waaronder oppaswerk van twee dagen per week tussen 1 maart en 3 oktober 2010. Appellant vorderde de teveel betaalde uitkering terug en legde een boete op.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit voor de genoemde periode en stelde de boete vast op 10% van het terugvorderingsbedrag. Appellant ging in hoger beroep tegen dit oordeel, stellende dat betrokkene niet beschikbaar was voor arbeid omdat zij oppaswerk verrichtte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat oppaswerkzaamheden niet automatisch leiden tot niet-beschikbaarheid voor arbeid. Betrokkene had voldaan aan haar sollicitatieplicht en er was geen ondubbelzinnige aanwijzing dat zij zich niet beschikbaar stelde. Het hoger beroep werd verworpen en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.