ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering door UWV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht die de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om hem per 10 november 2002 een arbeidsongeschiktheidsuitkering toe te kennen, heeft bevestigd.
Tijdens de zitting op 8 december 2006 was appellant niet aanwezig; het UWV werd vertegenwoordigd door een gemachtigde. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat appellant in hoger beroep geen nieuwe relevante feiten of argumenten heeft ingebracht die afwijken van hetgeen reeds in eerste aanleg is aangevoerd.
De Raad heeft de medische verklaring van de longarts van appellant, gedateerd 31 december 2004, beoordeeld maar geoordeeld dat deze geen nieuw licht werpt op de situatie per de relevante datum van 10 november 2002. De rechtbank heeft de grieven van appellant naar het oordeel van de Raad afdoende en gemotiveerd behandeld.
Daarom bevestigt de Centrale Raad van Beroep de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 19 januari 2007 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de arbeidsongeschiktheidsuitkering per 10 november 2002.