ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf september 2003 een bijstandsuitkering. Het College vermoedde dat appellant als zelfstandige in de autohandel werkte zonder dit te melden, wat leidde tot een onderzoek. Het College trok de bijstand over de periode van september 2003 tot maart 2004 in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor intrekking en terugvordering over een deel van de periode, maar ongegrond voor de beëindiging van de bijstand.
De Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenverplichting schond door werkzaamheden en inkomsten niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De intrekking over 1 januari tot 4 maart 2004 blijft gehandhaafd, maar niet voor de periode daarvoor vanwege onvoldoende bewijs van doorlopende activiteiten. De terugvordering wordt eveneens vernietigd voor de periode vóór 1 januari 2004. De beëindiging van de bijstand per 24 mei 2004 wordt aangemerkt als intrekking met terugwerkende kracht, maar de volledige intrekking over die periode is niet gerechtvaardigd.
De Raad beveelt het College een nieuw besluit te nemen over de terugvordering en intrekking met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking en terugvordering wordt deels vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.